vervolg

'Nou ja,'zei de kraai, `als er een blaadje van de boom valt denk ik dat het op mij wil vallen, en ik denk dat ze me willen storen als ik slaap, want ik word telkens wakker en dan hoor ik een gebonk en gesuis. Vlakbij mijn oor! Ik heb zoveel argwaan, eekhoorn!' De eekhoorn legde zijn vingertoppen tegen elkaar en deed alsof hij de kraai goed begreep. Argwaan, dacht hij, wat is argwaan? Zou het een soort soep zijn? Het klinkt als een zwart soort soep met hompen van het een of ander erin... `Tja,' zei de eekhoorn. 'Als je er te veel van hebt, kraai, waarom gooi je het dan niet weg?' `Weggooien?' De eekhoorn dacht: het is vast geen soep. Maar wat dan? Iets watje niet zomaar kunt weggooien. Een soort schors misschien? `Nou, maatje zou het toch kunnen afkrabben? Krab al die argwaan toch af! zei hij. De kraai zweeg. Toen zei hij zacht: `Ik denk dat ik er niet bij kan, eekhoorn.'  '0', zei de eekhoorn, 'dan komen wij wel even helpen, de mier en ik, dat is geen enkel probleem.' `Maar ik ben bang dat het heel veel pijn doet.' `Nee hoor,' zei de eekhoorn. 'Wij zijn heel voorzichtig. Zullen we zeggen dat wij morgen komen? Zo in de loop van de ochtend?' De kraai keek de eekhoorn onderzoekend aan. `Ik heb nu ook argwaan,' zei hij. 'Heel veel!' `ja natuurlijk,' zei de eekhoorn. 'Het is ook nog geen morgen.' `En denk ik dan nooit meer dat de olifant er alleen maar op uit is mij weg te blazen?' `Wat heeft dat er nou mee te maken?' zei de eekhoorn. 'De olifant blaast nooit iemand weg. En trouwens, misschien zou het wel goed zijn als je eens hoog de lucht in geblazen werd. Misschien vlieg je altijd wel te laag! Ga nou maar rustig naar huis. Morgen komen wij alle argwaan weghalen.' `We zullen zien,' zei de kraai somber. Hij voelde de argwaan als dikke, kleffe druppels langs de binnenkant van zijn gedachten rollen. `Zo tegen het eind van de ochtend,' zei de eekhoorn. De kraai schikte zijn veren wat en ging de deur uit. Somber krassend vloog hij over de struiken weg. Ik hoop niet dat het heel vast zit, dacht de eekhoorn, want dan kom je er niet met krabben. Dan zouden we er de specht bij moeten halen... nou ja... we zien wel. Hij gooide een beukennoot in de lucht, liet hem op zijn neus vallen en van zijn neus in zijn mond rollen. Vrolijk knagend keek hij om zich heen.